Hieronder het reisverhaal van Tim uit Eindhoven (Nederland).

Chiang Rai (Thailand -> Luang Prabang (LPB, Laos)

Aangezien ik de enige was (na nog een hoop niks doen in Chiang Rai) die had geboekt voor het
totaalpakket naar Luang Prabang, waarschijnlijk via het bureautje dat werd ingeschakeld door het guesthouse, werd er de dag voordat ik zou vertrekken (donderdag dus) gebeld dat het niet door ging. Het probleem lag eigenlijk voornamelijk aan het feit dat een minivan of taxi richting de grens met alleen mij als passagier niet echt loont. Kan ik wel begrijpen...

Na 208 'sollys' kreeg ik mijn geld terug en werd me uitgelegd hoe ik het dan kon doen. De volgende dag dus de lokale bus gepakt richting Chiang Khong, wat absoluut niet erg was. Ik hoefde niet om 6.30 op te staan, ik betaalde veel minder, en zo'n bus is qua temperatuur totaal geen probleem, omdat alle ramen en de deuren openstaan. Bovendien zit zo'n bus lang niet vol, wat bij die minivans vaak wel het geval is. Geen problemen daar dus.

In Chiang Khong in een 'ferry' (lees: een klein bootje waar 6 man in past) de Mekong overgestoken, naar Huay Xai in Laos. Na alle formaliteiten zonder problemen Laos binnengelopen. Aangezien er op het tijdstip dat ik daar was geen slowboats meer richting Pak Beng (halverwege Luang Prabang) vertrokken, was ik genoodzaakt daar te overnachten. Het eerste guesthouse dat ik zag binnengelopen, en na het inchecken was het eerste wat me gevraagd werd: "Beerlao?" Tja... Ik ken mezelf ook dus voor 10.000 kip (op het moment van schrijven 0,731425 EUR) van mijn eerste échte Beerlao (dat is, gekocht en gedronken in Laos) genoten. Het leven kan zwaar zijn.

De volgende ochtend op tijd op, om 9.00 zouden we worden opgehaald voor de slow-boat. Vertrek om 10.00... Om 11.15 vertrokken we dan met een stampvolle boot. Die bankjes (waar je op de foto's altijd 1 persoon op ziet zitten) werden bezet door 2 personen, voor de beenruimte zou een willekeurige Fiat 500 zich schamen en het is ook niet echt een pretje om op bankjes te zitten met een zitting van 25 cm. diep. Gelukkig vergoedt het uitzicht over het berglandschap enorm veel. Prachtig gewoon... Maar na een uur of 6, waarbij je na een uur of 3 niet meer weet hoe je moet zitten of staan, ben je blij dat je aan land kan: Pak Beng. Een enorm gat. Bestaat alleen bij de gratie van toeristen die de boot pakken van HX naar LPB of andersom. Maar goed, dat is niet zo'n probleem. Heerlijk gegeten in een restaurant waar we een uur nadat we het menu hebben gekregen zelf maar naar de door een Thaise soap geïntrigeerde eigenaresse zijn gegaan met de vraag of we alsjeblieft mochten bestellen. Dat mocht, gelukkig. De generator van het guesthouse ging daar om 10.30 plat, waardoor ik geregeld 's nachts wakker werd zwemmend in mijn eigen zweet.

Vroeg opgestaan (samen met een Engelsman met wie ik de kamer deelde) en na het ontbijt naar de boot gegaan. We waren als een van de eersten, waardoor we konden kiezen waar we gingen zitten. Gelukkig gingen we verder op een andere boot, met achterin uit een minivan gesloopte stoelen. Meteen daar gaan zitten, met een fatsoenlijke zitting. Dat scheelt echt enorm veel over 7 uur. En de rest was zo ongeveer jaloers. Tja...

Gisteren hier in LPB aangekomen ("at last!" ) en een tuk-tuk gepakt naar Cold River Guesthouse. Daar aangekomen zat Bertie al te genieten van een Beerlao, en besloot ik mijn spullen op de kamer te donderen en hem te vergezellen. Even lekker bij ouwehoeren onder het genot van een biertje (of meer) en uit eten. Redelijk vroeg op bed (je wordt namelijk erg gaar van zo'n boottocht, die niet veel langer had hoeven duren), en vanochtend weer fris en fruitig eruit. Mijn eerste volledige dag in LPB, vooral kijken wat we gaan doen in de komende anderhalve week als Bertie hier nog is. Dadelijk maar weer eens een Beerlaootje openen...

Nong Khiaw

De mensen in het guesthouse hebben weer voor ons gekookt, net als de kerstavond in 2007. Heerlijk eten, en niet zo'n klein beetje ook. Veel te veel gekookt, ze bleven maar opscheppen... Later die avond met een Engels stel zitten ouwehoeren, was weer gezellig...

In Luang Prabang hebben we verder niet veel bijzonders meer gedaan. We wilden naar een waterval met zwempoeltjes toe (Tat Sae) die, als we de eigenaar van het guesthouse moeten geloven, droog stond (alleen in september zou er water staan). Dus zijn we naar een andere waterval gegaan (Kuang Si) die we de vorige keer al hadden gezien, maar waar je goed kon zwemmen in het heerlijk koude water. Ook hebben we een busreisje geboekt naar Nong Khiaw, wat meer noordelijk, voor twee dagen later. Ondanks de drievoudige vermelding dat we woensdag wilden gaan, kwam er dinsdagochtend een minivan ons ophalen om naar Nong Khiaw te gaan. Wij lagen nog te slapen... Die middag maar een bezoek gebracht aan het reisbureautje. Onze reis was die ochtend al omgeboekt, geen problemen dus. We werden nog wel uitgelachen door de eigenaar van het guesthouse, bij hem hadden we namelijk dezelfde busreis kunnen boeken voor 10.000 kip minder...

's Avonds zijn we met hetzelfde Engels stel en twee Engelse meisjes wezen eten. We wilden rustig aan doen, omdat we vrij vroeg op moesten de volgende dag, maar dat is niet helemaal gelukt. Gelukkig krijg je van Beerlao niet zo snel een kater...

Als de minivan naar Nong Khiaw vol had gezeten hadden we een probleem gehad. Het busje had namelijk niet 3 maar 4 rijen van 3 stoelen achterin, en Bertie en ik zijn ietsje groter dan de gemiddelde Laotiaan. Dat betekende dat de beenruimte die we hadden ongeveer een cm. of 15 minder was dan we nodig hebben. Gelukkig zaten we met z'n tweeen op 3 stoelen, zodat we wat schuin konden zitten. De vering van het busje was ook gigantisch aan gort. Zeker als je dan zo opgekropt achterin zit, een stalen buis door je zitting loopt op precies de goede plek en je dan ook nog om de 2 km. wordt gelanceerd... Gebruik je fantasie.

Chef chauffeur racete aardig door waardoor we na 3 uur karren in Nong Khiaw aankwamen. Die gare rit is het allemaal waard, als je dan eindelijk de omgeving ziet. Zo mooi zie je het zelden... Het dorpje ligt aan een kant van de rivier Nam Ou, een zijrivier van de Mekong. Aan de andere kant ligt een ander nog kleiner dorpje, Ban Sop Houn, met eigenlijk alleen maar een paar guesthouses en een tempel. Dat alles omringd door hoge kalksteenkliffen en veel, heel veel groen. Bovendien is het hier zo verschrikkelijk rustig... Het enige wat je hoort is af en toe een vrachtwagen op de doorgaande weg, vogels en insecten en heel soms die verschrikkelijke Laotiaanse muziek. Heerlijk.

Het eerste guesthouse stond goed aangeschreven in de Lonely Planet, dus daar zijn we maar naar toe gegaan. Leuke bamboe bungalowtjes, twee bedden, warm water, wc'tje en muskietennetje... Goed te doen dus. Hoewel ik die nacht aardig geslapen heb, werd Bertie voornamelijk wakker gehouden, het matras wilde niet echt meewerken aan zijn nachtrust. Dat was zo ongeveer 2 cm. dik, dus ik kan het me wel voorstellen. Na het ontbijt zijn een gebroken Bertie en ik naar een ander, veel duurder guesthouse gaan kijken. Voor om en nabij 22 euro per nacht hebben ze daar bungalows met uitzicht over de rivier, 40 vierkante meter bungalow (waarvan 10 de badkamer) en matrassen van 30 centimeter dik. Ik wilde hier helemaal niet heen, aangezien ik voor dat geld zo ongeveer 10 nachten ergens kan slapen. Bertie had het er wel voor over, aangezien hij anders helemaal niet slaapt. Dus heeft die eppo besloten om ook voor mij te betalen... Nobel als ik ben gun ik Bertie die extra dikke matrassen van harte.

We waren net binnen in onze bungalow, toen ik iets zag kruipen op zo'n 3 meter hoogte. Het kroop iets anders dan het gemiddelde 'huisdier', het kronkelde namelijk. Dat doen slangen wel vaker. Dit exemplaar was iets langer dan een meter, en ongeveer een centimeter of 2 dik. Voor MC even een fotootje geschoten, en hiermee terug naar de balie. Mij maakt het op zich niks uit, maar ik weet bij god niet of zo'n Animal giftig is of niet. Het vrouwke achter de balie kreeg kippe(n)vel toen ze de foto zag, en raadde ons toch maar aan een andere bungalow te gaan bewonen...

In afwachting van onze eerste overnachting in het Riverside Guesthouse zaten we in een restaurantje even verderop wat te kaarten en te eten. Zien we, nadat het al flink had gedonderd en de regen onze kant op kwam, opeens vanaf de andere kant van de rivier wat zand en stof opwaaien in het dorp. Twee seconden later beginnen de bomen aan de overkant van de rivier flink te schudden, beginnen de mensen van het restaurant als een stel bezetene de tafels af te ruimen. Het ging zo snel, dat je het niet echt in de gaten had, maar voordat je goed en wel in de gaten had wat er aan de hand was zat je middenin een enorme storm. Het goot verschrikkelijk hard, de wind waaide alsof ik midden in Oklahoma stond (een meter of 8 vanaf de balustrade, overdekt, werd ik nog nat) en ik kreeg ook meteen een scrub van al dat zand dat in mijn gezicht werd geblazen. Dat was nieuw voor ons... Niet voor de mensen hier. Bij navraag bleek dit voor hier vrij normaal te zijn. Het begint opeens keihard te waaien, door de omringende bergen komt die wind dan zo even binnen zeilen. Daarna gaat het nog harder regenen (dat was echt een tropische bui) en na een kwartier of zo wordt alles weer rustig. "Is normal here." Oke... Vannacht dus overnacht in dat luxe guesthouse, de enige plek hier waar ze internet hebben. Ik zit dit dan ook te typen op volgens mij 1 van de 4 pc's in dit gat...

Morgen zijn we van plan door te gaan naar Muang Ngoi Neua. Een nog kleiner gat een uurtje de rivier op. Kijken wat er daar te beleven valt.

Nong Khiaw -> Luang Prabang -> Phonsavanh

Hallo maar weer...

Nu ruim een maand van huis. Zo lang ben ik nog nooit aaneengesloten weg geweest, maar ik wil nog echt niet naar huis... Vraag maar aan Bertie.

In mijn laatste bericht, alweer van een week geleden, zei ik dat we van plan waren naar Muang Ngoi Neua te gaan. Het blijkt wel weer dat 'van plan zijn' en 'het daadwerkelijk doen' twee totaal verschillende dingen zijn. We hebben dus na 3 overnachtingen weer de bus (in dit geval een grote tuk-tuk, beter dan zo'n minivan zonder beenruimte) terug naar LPB gepakt.

Ook in Luang Prabang hebben we geen reet uitgevoerd, op een kort bezoek aan het National Palace Museum na. Dat was op zich wel mooi, maar vrij klein en voornamelijk erg gepresenteerd (ik kan er zo 1-2-3 geen ander, beter woord voor vinden). Maar ach, we zijn weer 3 kwartier van de straat geweest...

Verder veel rondgeslenterd, Beerlao'tjes naar binnen getikt, gekaart (met en zonder 2 Utrechtse studentes), de beroemde en beruchte bowling-alley onveilig gemaakt (het enige bedrijfje in LPB e.o. dat na 23.30 nog open mag zijn, zeg maar een soort van gedoogbeleid) , nagedacht over dat ene tempeltje vlakbij het guesthouse dat we nog wilden zien (en waar we uiteindelijk niet heen zijn gegaan) en nog meer rondgeslenterd. Volgens mij was Bertie wel tevreden na zijn vakantie: hij wilde namelijk 'chillen', en ik denk dat dat wel gelukt is.

Blij dat ik van hem verlost was ;-) stapte ik de volgende ochtend vroeg de tuk-tuk in, die me naar het busstation zou brengen. Ik had namelijk de bus naar Phonsavanh geboekt, meer richting Vietnam. Daar bevindt zich het (voor Laotiaanse begrippen) beroemde Plain of Jars. Ik zou toch zweren dat ik een VIP-bus geboekt had, maar blijkbaar is dat niet helemaal doorgekomen, hoewel ik wel meer betaald heb dan de rest in de bus (varierend van 115.000 tot 125.000 kip, ik betaalde 140.000 inclusief tuk-tuk naar het busstation). Maar och, dat overleef ik ook wel...

De busreis was vermoeiend, niet in de laatste plaats omdat het na een uur of 3 continu gegoten heeft. Normaal zou je best mooie uitzichten hebben verwacht ik, maar het uitzicht dat wij hadden bovenop een bergkam was aan twee kanten prachtig, uhm, wit. Deed me denken aan Gods Window in Zuid-Afrika voor de mensen die daar bij waren. WinkNa 10 uur geen uitzicht te hebben gehad ben je best blij dat je eindelijk in Phonsavanh aankomt. Vreemd genoeg was mijn tas nog helemaal droog, dat was niet bij iedereen het geval. Hoort er bij denk ik...

Phonsavanh is als stadje geen ene reet aan. Het bestaat uit maar liefst een hoofdstraat en een straat richting de Plain of Jars. Verder uiteraard nog wat ongeasfalteerde zijstraten, maar dat was het dan ook. Gelukkig vergoedt de omgeving enorm veel. Ze kunnen gelukkig wel goed koken hier (waar niet in Zuidoost-Azië?) en het kost ook geen drol. Een enorme kom noodle-soup voor 75 cent, het moet niet veel gekker worden. Het was namelijk ook nog eens veel te veel...

De volgende ochtend samen met een Engelsman die in Australië woont bij zo'n touroperator een tourtje geboekt in de omgeving. We hadden allebei zoiets van: als je 1 van de sites hebt gezien met jars, dan heb je ze toch allemaal wel gezien? (Er zijn er 3 goed toegankelijk (verassend genoeg genaamd: "Plain of Jars site 1", etc.), in totaal zijn er een stuk of 20.) Dus besloten we om meer de omgeving te bekijken dan alleen die kruiken.

We begonnen met het bezichtigen van een Russische Armored Personnel Carrier die is gekocht door de baas van de gids en in zijn tuin staat. Dat is wat anders dan een vijver met goudvissen... Uiteraard dat geval beklommen en gelachen om de absurditeit.

Toen doorgereden naar Plain of Jars site 1. Eigenlijk klopt de naam niet helemaal, het zijn dus meerdere vlakten en ze zijn niet allemaal even vlak. Sterker nog, het was een heuvellandschap. Het kiezen voor alleen site 1 bleek een goede keuze te zijn. Die kruiken zijn wel enorm oud (geschat wordt van 1600 tot 4500 jaar oud) en sommigen zijn groot, maar om nou te zeggen: "Ja"? Nee. Echt indrukwekkend wordt het allemaal niet. Misschien dat ook de gigantische regenbui meehielp aan het totaalplaatje... Misschien waren mijn verwachtingen wel gewoon te hoog. Wat dan weer wel indrukwekkend was, was het Iers aandoende landschap. Erg veel van de heuvels in de omgeving waren dat typische Iers-groen. Het blijkt dat dat vroeger ook gewoon dichtbegroeid was, maar omdat de Amerikanen (die hier eigenlijk niet zijn geweest) niet alleen de boel plat hebben gebombardeerd (Laos is het meest gebombardeerde land ter wereld; volgens het bureau dat hier de boel op probeert te ruimen is er toentertijd per hoofd van de bevolking een halve ton metaal en explosieven neergegooid door 420 Amerikaanse vluchten per dag) maar ook nog eens leuk met het goedje Agent Orange hebben gestrooid. Dat is zo'n ontbladeringsgoedje, waardoor er na 40 jaar niks anders groeit dan een bepaald soort gras - door de lokale bevolking toepasselijk "American Grass" genoemd. Nadat het minder begon te regenen, zijn we doorgereden naar een kapotgeschoten Russische tank. Die is half ontleed door de lokale bevolking, onder het motto van gratis metaal.

Na een minuut of 10 daar rondgehangen te hebben, zijn we doorgereden naar een heuvel, vanwaar je de landingsbaan van de CIA kon zien (die eigenlijk niet bestond). De heuvel lag bezaait met UXO's (Unexploded Ordenance's, oftewel niet ontplofte bommen, granaten, mortieren, etc.). De meeste UXO's die veilig genoeg bleken te zijn om aan te raken zijn door de lokalen al meegenomen om het kruit en/of het metaal, dus degenen die er nog liggen... Blijf er maar mooi met je handjes vanaf. Die dingetjes doen namelijk best hard boem. Vreemd om dat allemaal te zien... De gids vertelde ook dat er nog altijd mensen zo slim zijn om met een schep de heuvels in te trekken en wat UXO's uit te graven. Het metaal kan namelijk nog best wel wat opleveren... Zij liever dan ik.

De volgende bestemming was een Buddha-cave. Hier had ik niet zo'n hoge verwachtingen van, ik had er al een paar gezien en die waren nou niet je van het. Deze was wel wat anders. De grot was ruim 120 meter diep, met meerdere hallen. Tijdens de oorlog bevond zich hier een ziekenhuis, waar om en nabij 50 doktoren binnen zaten. Ook woonden er meer dan 300 mensen. De operatietafel (een heftafel om bommen onder vliegtuigen te bevestigen) staat er nog. In een andere grot vlakbij woonden ook meer dan 300 mensen. Daar was een kleinere doorgang die echt de grond in ging, volgens de gids duurde het 2 dagen voordat je bij het einde was. Dat hebben we dus maar gelaten voor wat het was...

Vlakbij was een dorp, dat voor een deel was gebouwd uit materiaal dat was achtergelaten door de CIA op de landingsbaan. Vreemd om te zien dat voor zo'n huis op stelten in plaats van houten stelten staarten van 250-pond-bommen en hulzen voor raketten worden gebruikt. Door de erg modderige rijstvelden terug gelopen naar het busje, en dat was dan het einde van de dag. Het chillen was best prettig, maar het is ook wel eens leuk weer eens wat te doen.

Gisteravond nog een paar biertjes met die Engelse Australiër (of Australische Engelsman?) gedronken en geweldig Indiaas gegeten. Nog nooit gedaan, maar Chicken Tikka Massala (ofzo) met een Nan-brood is briljant. Vanavond gaan we daar ook weer naar terug...

Vandaag (weer) niks gedaan behalve een kaartje geregeld voor de busreis naar Sam Neua ten noordoosten van hier. Het moet daar ook best mooi zijn... We zien wel weer. De 19e moet ik in ieder geval weer in LPB zijn, voor mijn vlucht naar Hanoi. Dat moet op zich wel te halen zijn... Ik ben van plan (...) om na Sam Neua weer naar Nong Khiaw te gaan, om dan wel naar Muang Ngoi Neua te gaan.

Enniwees, vanavond nog even naar de MAG (http://www.maginternational.org/MAG/en/where-we-work/where-mag-works/lao-pdr/ , oftewel het bureautje dat hier de boel probeert op te schonen) om twee films te zien, die vrij indrukwekkend moeten zijn. We zien wel...

Phonsavanh -> Sam Neua -> Vieng Xai -> Sam Neua

Whoa. Die films gezien in Phonsavanh, die zijn wel mega-indrukwekkend...

De eerste ging over zogenaamde 'bombies': clusterbommen. Van die leuke kleine balletjes die als ze de grond raken uiteenspatten in duizenden kleine metallen bolletjes. Van die dingen, die puur zijn gemaakt om mensen om te leggen. Burgers enzo... Nog steeds vinden (voornamelijk boeren en kinderen) die dingen, niet ontploft. En veul. Aangezien die dingen zo'n 10 cm in doorsnee zijn, ziet dat er voor het gemiddelde kind uit als een leuk balletje om eens mee te spelen. Boem... Veel slachtoffers komen aan het woord, behoorlijk confronterend allemaal.

De tweede film ging over een Australiër die bomexpert in het leger was, maar nu Laotianen recruteerd, opleid en zelf ook bommen onschadelijk maakt. Was wat minder dan de eerste, maar toch indrukwekkend. (Ook mooi: kom ik vandaag terug vanuit Vieng Xai, staat die kerel daar te ouwehoeren met een Engelsman die ik ontmoet had in Vieng Xai. Even mee staan praten dus... Kleine wereld.)

De volgende dag richting Sam Neua. Een busje voor Aziaten, dus zonder beenruimte. En dan 8 uur lang opgekropt zitten, je moet er van houden. Laat in de middag in Sam Neua aangekomen, behoorlijk gaar. Het stadje ligt erg mooi, maar het stadje zelf is geen ruk te beleven. Behalve de Laotiaanse vlag naast die van de Sovjetunie bij een prachtig Sovjet-achtig monument en de markt is er ook nog eens niks te zien. Ach ja...

Aangezien in de bus er maar 2 'falang' zaten (ik en een Australische) begin je toch wat met elkaar te praten. Samen een beetje rondstruinen, bivakkeren in hetzelfde hotel en samen de tuk-tuk naar het busstation pakken. Dit omdat Sam Neua zelf niet echt onze bestemming was, maar dat is Vieng Xai. Dat plaatsje ligt hier een klein uurtje met de tuk-tuk vandaan (ik heb geleerd dat je in deze contreien in tijd moet denken, niet in afstand: 30 km. kan gemakkelijk 1,5 uur duren). Supermooie omgeving met kalkstenen kliffen rondom (niet zo hoog als in Nong Khiaw, maar toch).

's Avonds lekker een biertje gedronken, en gevraagd of we voetbal konden kijken (de eerste wedstrijd begint hier om 23.00). Dat was geen probleem, de eigenaar van het restaurant/guesthouse keek zelf ook mee met wat vrienden. En dus kwam de lao-lao op tafel. Oftewel rijstwhiskey... De wedstrijd zelf was geen fuck aan (Frankrijk-RoemeniëWink dus we zaten maar wat in de rondte te ouwehoeren. Het mooie is, die lui hier spreken amper Engels, en wij geen Lao. Maar met een woordenboekje erbij kom je een heel eind... Geen Nederland gezien, ik was iets te zat om tot 4 uur op te blijven (en dan vanaf een uur of 8 weer op te zijn).

De volgende dag een forse kater dus. Niet van de Beerlao, daar krijg je nog geen kater van al hedde 't gèr. Toch echt de lao-lao... Ik kon nog geen ontbijt aan, en zat wat voor me uit te staren. Stopt er opeens een jeep van UXO Lao en stapt er een kerel uit, die wat tegen de mensen van het restaurant zei. Ik ging vanuit het restaurant naar de wc in mijn hotelkamer. Staan daar 4 van die Laotiaanse mennekes, begint er eentje: "Look! Look! Bombie!" Hij wees naar een van de tegen de kliffen oplopende hellingen die bebouwd worden. Na een paar seconden zie ik opeens een rookpluim; een seconde of 2 later een ongelovelijke knal, die flink naëchode tussen de kliffen. Dat had ik even niet verwacht... Het zet je ook aan tot nadenken. Te bedenken, dat er 9 jaar lang gemiddeld elke 8 minuten een vliegtuig daar overvloog, met een veelvoud aan bommen die daar netjes neer werden gepleurd. Je zou er compleet van doordraaien.

De Amerikanen (lees: door de Amerikanen ingehuurde Thaise huursoldaten en Laotiaanse Royalists) hebben dit stadje gebombardeerd, aangezien hier het hoofdkwartier van de Pathet Lao (de communistische beweging) huisde. Deze locatie is gekozen, omdat er in de omgeving meer dan 480 grotten zijn, variërend van meer dan 200 meter diep tot een meter of 5. Elke afdeling, zoals het ministerie van defensie, ministerie van economie, een school, een ziekenhuis, noem maar op, had zijn eigen grot. Bovendien had de premier en een aantal belangrijke figuren ook zijn eigen grot. Het meest frappante vond ik nog wel de theatergrot: een grote hal, met podium, decor en orkestbak. Vreemd om dat allemaal zo te zien... Of je het er nou mee eens bent of niet, het is enorm knap wat hier is gepresteerd: na 9 jaar in grotten te hebben geleefd, was de maatschappij nog steeds functioneel; de regering en overheidsdiensten waren nog steeds in orde.

In totaal hebben we 5 grotten bezocht (met gids uiteraard), de rest blijft vooralsnog gesloten voor het publiek (waarom weet ik niet). Deze 5 zijn ook pas sinds 2000 geopend... Zeer indrukwekkend, ik snap niet waarom er maar 10 toeristen in deze regio zitten.

's Avonds weer een biertje gepakt (van het vele lopen door de grotten was de alcohol wel uit mijn bloed) en weer een wedstrijdje gezien. Spanje-Rusland dit keer, en gelukkig was het nu wel een goede wedstrijd. Alleen jammer voor Hiddink... Een Engelsman die eerste de avond mee had zitten kijken, had die volgende ochtend op het Thaise nieuws wat voetbal gezien. Hij zag 1 goal en wat Nederlanders juichen, en vertelde me dat hij dus dacht dat Nederland met 1-0 gewonnen had. Had ik niet verwacht...

In Vieng Xai had ik geen bereik, dus toen ik vanochtend weer terug kwam in Sam Neua, had ik opeens een SMS van Roos: "Je gelooft het niet. Nederland staat met 2-0 voor tegen Italië. Gr. Roos" Ik dacht: 2-0, da's verdomde knap! Krijg ik vanmiddag (waarom zoveel later weet ik niet, maar goed) een SMS van ons aller Bertie: "Ook al kost het je geld, die betaal ik je graag terug en dit wil ik je niet onthouden: Nederland-Italië 3-0!!!!!!! En terecht ook nog!" Die had ik helemaal niet zien aankomen...

Vanavond zal ik geen voetbal kijken, misschien morgen weer een wedstrijdje.

Dan gaan we namelijk naar Nong Khiaw (nog steeds met die Australische). We vertrekken om 8 uur hier, en de busreis zou 12 uur duren. Dat wordt dus in het donker rijden, en dat op zulke wegen... Ik ben benieuwd.

Tot ziens, tot RUR, houdoe ha.

Sam Neua -> via via naar Hanoi (Vietnam)

In Sam Neua zijn we de volgende ochtend inderdaad om 8 uur vertrokken. Voor de verandering was het een grote bus, met redelijk wat beenruimte. Dat beviel wel dus. Helaas besloot een kerel op het busstation ons te vertellen dat de busreis maar 10 uur duurt. Dan ga je je daar toch op instellen... En je krijgt op een gegeven moment wel genoeg van een overvolle bus (met in het gangpad een paar ton rijst en een 20-tal enorme gasflessen), waarbij de muziek ook nog eens loeihard staat. Nou is dat op zich niet zo erg, maar wel als een kerel aan de andere kant van het gangpad zo'n hippe nieuwe telefoon heeft met nog meer van die Laotiaanse rommel (daar overigens muziek genoemd). Dus lekker tegen elkaar in gaan...  Het enige wat ik kon doen was mijn muziek opzetten en dat er tussenuit filteren, dan was de marteling te overzien. Ik durfde alleen niets tegen die kerel te zeggen, ik heb mezelf voorgenomen nooit een grote bek te hebben tegen iemand met een AK47. Na 13 lange uren werd Nong Khiaw dan eindelijk bereikt, gelukkig waren daar nog wel slaapplaatsen. Ik vraag me af of het daar uberhaupt wel eens vol zit, aangezien vrijwel iedereen doorreist naar Muang Ngoi Neua. Dat deed ik dus ook, die Australische ging de volgende dag door naar Luang Prabang. Ik besloot de boot te pakken naar Muang Ngoi Neua.

Het is maar een uurtje op de boot, maar het is een prachtig deel van Laos. In die zin jammer dus... Het dorpje zelf is klein, erg ontspannen en de enige motor-geluiden die je hoort zijn die van de boten in de Nam Ou. Ik had een lekker ruime bungalow met hangmat voor de deur en een bijzonder goed uitzicht. Daar heb ik de middag en de volgende dag dus rondgehangen. Omdat mijn geld op was, ben ik na 2 nachten alweer op weg gegaan naar Luang Prabang. Daar nog 4 nachten rondhangen, niks doen en wat Beerlao'tjes naar binnen werken. Het leven kan zo slecht zijn. Razz

Een tijd terug had ik al een kaartje gekocht voor een vlucht van Luang Prabang naar Hanoi, omdat die grensovergang zo'n drama moet zijn dat ik daar dus geen zin in had. Afgelopen donderdag de tuk-tuk gepakt naar het vliegveld. Bij aankomst werd me gevraagd of ik naar Bangkok vloog. Dat was niet het geval, dus ik zei: "No. Hanoi. "You're late," was het antwoord. Ik: "??" Ik zou om 16.45 vliegen, het was 15.00... Toen kwam de aap uit de mouw. Bleek dat Vietnam Airlines aan het boarden was op dat moment (vandaar de "late" en Lao Airlines, waarmee ik dus vloog, de vlucht van 16.45 had gecancelled. Zit je dan... Hehehe. Ik zou de volgende dag mee kunnen met Vietnam Airlines vlucht van 15.00. Vond ik op zich best... Alleen de tuk-tuk had ik al betaald, ik moest nog terug... Terug was geen probleem, er werd voor mij (en een Australisch koppel dat hetzelfde overkomen was) een minivan ingezet om me terug LPB in te brengen. Ook kreeg ik compensatie. "30 or 35" was het antwoord toen ik vroeg hoeveel dat was. Ik dacht 30 of 35.000 kip, en da's niet zo veel. Komt 'ie aanzetten met 35$. Da's veulste veul man! Ik moest dat aannemen... Nou, vooruit dan, omdat je zo aandringt. Bij het guesthouse keken ze nogal raar op toen ik een uurtje later terug kwam... "Vietnam sucks!"

Vrijdags (gisteren dus) geen problemen gehad met de vlucht, die zelfs maar 30 minuten ipv de vooraf vermelde 50 minuten duurde. Bovendien smaakte de appelsap voortreffelijk.


GoLaos.nl