Ban Chan: Bezoek het dorp van de pottenbakkers aan de overkant van de Mekong
Je stapt van de boot af, de zon brandt op je schouders en de geur van rook en klei hangt in de lucht. Je bent net aangekomen in Ban Chan, een piepklein dorpje aan de andere kant van de Mekong, op steenworp afstand van het bruisende Luang Prabang.
Dit is geen toeristische attractie met dure winkeltjes en strakke paden. Nee, dit is het echte Laos.
Hier maken families al generaties lang de mooiste aardewerk producten, met hun handen en met passie. Je voelt de rust, je ziet de rook uit de ovenkachels opstijgen en je hoort het geluid van potten die op de draaischijf worden gevormd. Dit is de plek waar je naartoe gaat als je de ziel van Laos wilt voelen. Je bent hier niet om te kopen, je bent hier om te zien en te begrijpen.
Waarom Ban Chan zo speciaal is
Veel reizigers die een rondreis door Laos maken, blijven hangen in de straatjes van Luang Prabang.
Ze drinken een baguette, kijken naar de avondmarkt en dat is het. Maar de echte schat ligt aan de overkant van de rivier.
Ban Chan is veel meer dan alleen een pottenbakkersdorp. Het is een levend museum van ambachtelijk vakmanschap. In een wereld die steeds sneller en digitaler wordt, zie je hier hoe alles met de hand en met traditionele technieken wordt gemaakt. De klei wordt nog steeds uit de Mekong rivier gehaald, de verf is gemaakt van natuurlijke materialen en de oven is een simpel vuur van hout en bladeren.
Als backpacker of avontuurlijke reiziger zoek je naar die plekken die je iets leren.
Ban Chan geeft je een kijkje in het leven van lokale artisans. Je ziet hoe een homp klei verandert in een prachtige kom of een gedetailleerd olifantje. Het is een directe verbinding met de cultuur, zonder dat er een dure tourgids tussen zit.
Bovendien steun je de lokale economie op een eerlijke manier. Elke kom die je koopt, helpt een familie om hun kinderen naar school te sturen. Dat voelt een stuk beter dan een massaproduct uit een souvenirwinkel in Vientiane.
De reis er naartoe: van Luang Prabang naar Ban Chan
De reis zelf is al een avontuur. Vanuit het centrum van Luang Prabang loop je naar de rand van de stad, naar de kleine pier voor de ferry.
De overtocht zelf is een belevenis. Je betaalt een paar euro (meestal rond de €2 voor een retour) en je stapt in een houten bootje dat vol zit met locals, scooters en af en toe een toerist.
De Mekong is hier breed en indrukwekkend. Terwijl je aan de overkant komt, zie je het dorpje al liggen: rustig, groen en met hier en daar wat rook. Aan de overkant staan er direct een paar gidsen en chauffeurs van tuk-tuks op je te wachten. De meeste backpackers lopen de 2 kilometer naar het dorp.
Het is een aangename wandeling langs de rivier, over een onverharde weg.
Onderweg zie je de lokale boerderijen en de rustige landschappen. Als je geen zin hebt om te lopen, kun je voor een paar euro (€3-€5) een tuk-tuk nemen die je er naartoe brengt en weer ophaalt. Eenmaal in Ban Nong Bua, het weversdorp, word je vaak direct aangesproken door een lokale inwoner die je graag zijn werkplaats wil laten zien.
Het ambacht in actie zien
Zodra je een werkplaats binnenstapt, voel je de hitte van de oven. De meeste huizen hebben een grote oven van bakstenen, gestookt met hout.
Binnenin gloeien de potten roodgloeiend. De vrouwen zitten buiten op de grond, vaak met een traditionele rok (sinh) aan, en draaien aan de voetgestuurde draaischijf.
Het is fascinerend om te zien hoe ze met slechts een paar bewegingen een perfecte kom uit de klei toveren. Ze gebruiken geen mal; alles is intuïtief en geoefend. De producten zijn divers.
Je vindt er de bekende Lao waterkannen, vaak versierd met slangen of drakenmotieven. Maar er zijn ook prachtige theepotten, schalen voor sticky rice, en decoratieve olifantjes en Boeddhabeelden. De kleuren zijn aards: rood, bruin, oker en groen. De verf is gemaakt van natuurlijke pigmenten.
Vraag gerust hoe het werkt; de meeste families zijn trots en vertellen je graag over hun proces.
Het is een open en eerlijke sfeer.
- De draaischijf: Een houten voetpedaal dat de schijf laat draaien. De kunst is om met beide handen de klei in balans te houden.
- De oven: Een simpele, open oven waar de potten 1 tot 2 dagen in blijven om te harden.
- De verf: Vaak mineralen uit de omgeving. Zie hoe ze de kleuren mengen met water en rijstmeel.
Wat je kunt kopen en voor welke prijs
De prijzen in Ban Chan zijn een stuk lager dan in de toeristische winkels in Luang Prabang.
Je betaalt direct aan de maker, zonder tussenpersonen. Natuurlijk hangt de prijs af van de grootte en de complexiteit van het werk. Een kleine, simpele kom of een olifantje kun je al vinden voor €2 tot €4. Dit zijn perfecte souvenirs om mee te nemen.
Wil je iets groters of speciaals? Een prachtige, grote waterkan met ingewikkelde versieringen kost tussen de €10 en €20.
Een set van 4 theekommen met een theepot is een mooi cadeau en kost ongeveer €15.
Het is slim om bij een paar verschillende huizen te kijken en te vergelijken. Elk gezin heeft zijn eigen stijl. De een maakt strakke, moderne vormen, de ander houdt van traditionele, speelse versieringen. Je onderhandelt zachtjes, maar onthoud dat een paar euro voor ons weinig is, maar voor hen een dagloon kan betekenen.
Een tip: vraag of ze een 'setje' kunnen maken. Soms kun je een mooie theepot kopen en er gratis of met een kleine korting een paar bijpassende kommetjes bij krijgen.
Praktische tips voor je bezoek
Ga 's ochtends vroeg of aan het begin van de middag. Dan is het nog niet te heet en zijn de families het meest actief.
In het hete middaguur rusten veel mensen even uit. Neem voldoende contant geld mee, het liefst in kleine biljetten. Er zijn geen pinautomaten in het dorp. Een fles water is ook geen overbodige luxe, want het kan behoorlijk warm worden in de werkplaatsen.
Neem de tijd. Dit is geen plek om binnen 10 minuten doorheen te rennen.
Blijf een uurtje hangen, volg het proces van klei tot afgewerkt product.
Stel vragen, maak een praatje. De Lao-bevolking is over het algemeen heel vriendelijk en gastvrij, zoals je ook zult merken tijdens een bezoek aan de Lanten minderheid. Een glimlach en een 'sabaidee' (hallo) doen wonderen.
En tot slot: zorg dat je genoeg ruimte in je backpack hebt voor je nieuwe aanwinsten, zoals een flesje lokale Lao-Lao uit het authentieke Whiskey Village. Je wilt die prachtige kom niet kapot zien gaan tijdens de busreis naar Vang Vieng of het vliegtuig naar huis.
