Wat Ban Keun: De dierentuin van Laos en de zoutwinning nabij Vientiane
Je bent in Vientiane, de hoofdstad van Laos. Je hebt de gouden stoepa’s gezien, een baguette gegeten en de Mekong-rivier bewonderd.
Maar nu wil je iets anders. Iets wat de meeste toeristen overslaan. Iets écht Lao.
Je hoort een verhaal over een plek waar dieren leven in een soort ‘vrijheid’ en waar zout uit de grond wordt gehaald zoals dat eeuwen geleden werd gedaan. Dat klinkt als een perfecte bestemming voor een dagje backpacken. Welkom bij Wat Ban Keun, een van de meest bijzondere en lokaalste plekken die je vlak bij Vientiane kunt vinden.
Wat is Wat Ban Keun eigenlijk?
Stel je een tempel voor. Dan verwacht je waarschijnlijk een serene sfeer, monniken in oranje gewaden en keurig onderhouden tuinen.
Wat Ban Keun, op ongeveer 40 kilometer ten zuidoosten van het centrum van Vientiane, is dat niet. Of eigenlijk: het is veel meer dan dat. De officiële naam is Wat Pha That Keun, maar iedereen kent het als de tempel met de dierentuin.
Het is een plek waar religie, traditie en een beetje chaos samenkomen.
Het is de thuisbasis van de ‘dierentuin van Laos’. Verwacht geen moderne hokken met airco of informatieve bordjes. Hier lopen apen, beren, herten, slangen en vogels in grote, soms open verblijven of gewoon los op het tempelcomplex. De monniken en lokale gemeenschap verzorgen de dieren.
Het voelt niet als een toeristische attractie, maar als een onderdeel van de tempel. Het is een concept dat je nergens anders ter wereld vindt.
Het is ongepolijst, authentiek en eerlijk gezegd best fascinerend. Maar er is nog een tweede reden om naar Ban Keun te gaan: de zoutwinning. Op het terrein en in de directe omgeving vind je de ‘zoutpannen’ (of ‘zoutputten’).
Dit is een eeuwenoude traditie waarbij zout water uit de grond wordt opgepompt en door verdamping wordt omgezet in zout.
Dit zout was vroeger levensbelangrijk voor de regio en werd zelfs als betaalmiddel gebruikt. Tegenwoordig is het nog steeds in bedrijf en zie je de lokale bevolking aan het werk. Het is een levend museum van een van de oudste ambachten van Laos.
De kern van de ervaring: dieren en zout
Als je aankomt, valt meteen de levendigheid op. Kinderen die spelen, locals die een praatje maken en overal dieren.
De dierentuin is het hart van de ervaring. Je ziet grote apen die nieuwsgierig naar je kijken vanachter hekken die niet altijd even stevig lijken.
Er zijn beren in verblijven die wat weg hebben van grote kooien, en je kunt slangen zien in terrariums. Het is geen dierentuin zoals je die in Europa kent; het is minder gestructureerd en meer een soort opvang voor wilde dieren die niet meer in het wild kunnen leven. De focus ligt op verzorging en respect, niet op entertainment.
Loop verder naar de zoutpannen. Hier zie je de techniek die al generaties lang wordt gebruikt.
Er zijn grote, vierkante bassins van beton of aarde. In het midden staat een houten of bamboe toren. Dit is de ‘zoutput’. Vroeger werd hier een emmer aan een touw in het zoute grondwater geworpen en opgetrokken.
Tegenwoordig zie je vaak een simpele pomp die het water omhoog brengt.
Het zoute water wordt in de bassins geleid. Door de zon en de wind verdampt het water en blijft er zout achter op de bodem. De geur is het eerste wat je opvalt: een zoute, aardse lucht die doet denken aan de zee, maar dan in het hart van het land.
De zoutkristallen die ontstaan, worden met schoppen verzameld en in manden gedroogd. Je kunt dit proces van dichtbij bekijken.
De arbeiders, vaak families, werken op een rustig tempo. Ze lachen als je vraagt of je een foto mag maken en sommigen laten je zelfs een kristal proeven. Het is een prachtig schouwspel van eenvoud en hard werken.
Hoe plan je je bezoek? Praktische info
Om vanuit Vientiane bij Wat Ban Keun te komen, heb je een paar opties. De meest comfortabele en makkelijke manier is een taxi of een tuk-tuk.
Spreek een prijs af voordat je instapt. Reken op ongeveer 150.000 - 200.000 LAK (€7-€9) voor een enkele rit. De rit zelf duurt ongeveer 45 minuten tot een uur, afhankelijk van het verkeer.
Zorg dat je het telefoonnummer van de chauffeur krijgt, of spreek een tijd af dat hij je weer komt ophalen, want ter plekke is het lastig om direct een nieuwe taxi te vinden.
Een andere optie, voor de echte avonturiers en budgetreizigers, is de lokale bus. Vanaf het Northern Bus Station (het oude, niet het nieuwe) kun je een bus naar de provincie Nam Ngum nemen. Je moet de chauffeur of de bijrijder vertellen dat je eruit wilt bij Wat Ban Keun. Het is goedkoper (misschien 30.000-50.000 LAK, €1,50-€2,50), maar het duurt langer en je moet wat moeite doen om de juiste bus te vinden.
Een scooter huren in Vientiane is ook een populaire optie voor backpackers. De weg is redelijk en het geeft je de vrijheid om onderweg te stoppen.
De entree is een lachertje, zeker vergeleken met de kosten bij de Lao-Thai Friendship Bridge grensovergang. Meestal vraagt men om een kleine donatie, rond de 10.000 - 20.000 LAK (€0,50 - €1) per persoon. Soms staat er een mannetje bij de ingang, soms niet.
Het is de bedoeling dat je zelf een bijdrage in het bakje legt.
Vergeet niet dat dit geen commerciële attractie is, maar een tempel en een lokale gemeenschapsplek. Draag bedekkende kleding (schouders en knieën bedekt) uit respect, net als bij elke tempel in Laos of in de grensplaats Ban Houayxay.
Verschillende manieren om het te beleven
Er is geen sprake van verschillende ‘modellen’ zoals bij een rondreis, maar je bezoek kan wel verschillen van sfeer. De meeste backpackers en dagjestoeristen combineren Wat Ban Keun met een bezoek aan de Tad Leuk waterval.
Dit is een populaire combo. Je kunt dan een taxi nemen die op beide plekken stopt.
De totale kosten voor zo’n dagtrip met taxi liggen dan rond de 300.000 - 400.000 LAK (€14-€19) exclusief entree. Dit is een relaxte manier om de dag te vullen en je ziet zowel cultuur als natuur. Een andere optie is om het te combineren met een bezoek aan de Nam Ngum dam en het meer.
Dit ligt in dezelfde richting. Je kunt dan een taxi nemen die je naar alle drie de plekken brengt en weer terug naar Vientiane. Dit is een langere dag, maar zeker de moeite waard als je van water en rust houdt. De prijs hiervoor ligt hoger, rond de 500.000 - 600.000 LAK (€23-€28), maar je kunt de kosten delen met andere reizigers die je tijdens je rondreis door Laos tegenkomt.
De ‘luxe’ variant is eigenlijk niet nodig. De charme van Wat Ban Keun zit hem juist in het feit dat het niet luxe is.
Er is geen restaurant met een menukaart. Er zijn een paar simpele kraampjes waar je een flesje water, een zakje chips of een blikje frisdrank kunt kopen.
Soms staat er iemand met een grote pan met noedels of een stukje BBQ-vlees. Zie het als een picknick. Neem zelf wat te eten en te drinken mee voor een authentieke ervaring.
Handige tips voor je trip
- Timing is alles: Ga ’s ochtends vroeg of late middag. Tussen 11:00 en 15:00 uur is het bloedheet en zijn de dieren vaak lui en verstopt. De zoutarbeiders zijn het actiefst in de vroege ochtend.
- Neem contant geld mee: Er is geen pinautomaat. Zorg dat je genoeg kleine briefjes bij je hebt voor de entree, een drankje en de taxi.
- Respecteer de dieren: Gooi geen eten naar de dieren en probeer ze niet te lokken. Ze zijn niet gewend aan drukte en kunnen schrikken of agressief worden.
- Combineer het: Zoals gezegd, combineer het met de Tad Leuk waterval. Het maakt de lange rit de moeite waard en je krijgt een volledig beeld van het landschap rondom Vientiane.
- Wees flexibel: Dit is Laos. Dingen werken niet altijd volgens plan. De bus is misschien vol, de taxi wil misschien eerst nog een andere klant ophalen. Ga er met een relaxte mindset in en geniet van het avontuur.
Als je terugrijdt naar Vientiane, met de geur van z
